Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Twintigste brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Toen ik mijn laatste brief aan je moeder liet zien, dacht ik dat ze keek alsof ze absoluut niet wilde dat ik die zou versturen. Ze heeft dat echter niet gezegd en daarom heb ik de brief toch gepost. Ze wil jou geen pijn doen en ik evenmin. Ik heb mijzelf er echter van overtuigd dat je mijn woorden zou opvatten (zoals ik ze bedoelde) als een blijk van mijn liefde. Nu en dan moet ik je een vriendelijke raad geven, maar ik geef je altijd liever een compliment dan een vermaning. Je welzijn gaat mij erg aan het hart en het is mijn vurige wens dat jij je in elk opzicht zo gedraagt dat je de achting en de genegenheid verwerft van allen die je kennen. Ik herinner me dat ik je eens heb verteld, toen je nog als klein meisje op de Northampton school zat, dat ik jou als een geschenk van de Heere ontvangen heb, toen Hij jou in Zijn voorzienigheid aan mijn zorg toevertrouwde.

In de aangename hoop dat ik een instrument in Zijn hand was tot jouw welzijn, kreeg ik je zo lief dat ik niet meer van je wilde scheiden, zelfs niet als ik je gewicht in goud zou ontvangen. Hoewel je nu veel zwaarder bent dan toen, kan ik nog steeds hetzelfde zeggen. Mevrouw W. was al enkele dagen ziek geweest voor ik het hoorde en toen werd mij verteld dat ze op sterven lag. Dit bericht, en ook enkele belemmeringen en moeilijkheden, beletten mij naar haar toe te gaan, zodat ik haar niet heb opgezocht. Ze was een oude, vriendelijke kennis en hoewel ik de laatste jaren niet vaak in haar gezelschap heb verkeerd, voel ik dat ik een geliefde vriendin heb verloren. Zo gaat het in deze wereld. Als we lang leven, moeten we verwachten dat onze vrienden ons de een na de ander ontvallen, zoals de bladeren in dit seizoen van de bomen vallen. De pijn die christenen voelen bij het afscheid van hun christen- vrienden wordt verzacht door twee overwegingen.

De eerste is dat ze na hun sterven veel gelukkiger zijn dan ze hier ooit konden worden. De tweede is dat we hen spoedig zullen weerzien en samen zullen zingen en ons verheugen voor Gods troon. Mijn lieve kind, de wens van mijn hart is dat je in leven en sterven des Heeren zult zijn. Niets minder zal mij tevreden stellen. Daar bid ik vaak om. Dikwijls denk ik aan je en bid ik voor je, terwijl jij misschien wel slaapt. Ik kan niet veel bijzondere voorbeden voor je doen, omdat ik niet weet wat het beste voor je is. Ik weet echter zeker dat het niet verkeerd is als ik bid of je wijsheid en genade mag ontvangen om de Heere te zoeken en te kennen en of Hij genadig je Zaligmaker en Herder en de Leidsman van je jeugd wil zijn. Ik heb een blijmoedige hoop dat Hij jou onder Zijn kinderen wil stellen, dat Hij je door Zijn raad wil leiden door de woestijn en je hierna in Zijn heerlijkheid wil opnemen. Ik hoop ook dat Hij jou naar mij heeft gestuurd opdat Hij de middelen van genade en het onderwijs zou zegenen om je wijs te maken tot zaligheid.

Hoewel Hij alleen het willen en het werken in jou kan werken naar Zijn welbehagen, rust er ook een plicht op jou. Hij heeft gezegd: ‘Wie mij zoekt, zal mij vinden.’ Daarom moet je Hem zoeken en Hij is niet ver van je. Hij is naast je bed en op de weg die je gaat. Ja, Hij is nog dichterbij. Ik hoop dat er tijden zijn dat je merkt dat Hij als het ware klopt op de deur van je hart. Hoor je niet bij tijden een stem in je hart die getuigenis geeft van de waarheid van Zijn Woord, die je waarschuwt tegen de zonde, herinnert aan dood en eeuwigheid en je hart naar Hem doet uitgaan? Op zulke ogenblikken mag je er zeker van zijn dat de Heere dichtbij is. Hij heeft het hart gemaakt en weet hoe Hij daarin kan werken.

Ik kan mij zulke waarschuwingen en roepstemmen van Zijn goede Geest herinneren uit de tijd dat ik een kind was, jonger dan jij. Ik herinner me dat ik alleen een hoekje opzocht en ernstig bad vóór ik acht jaar oud was. Later was ik helaas weerspannig. Ik vreesde Hem niet langer en wilde mijn eigen zin doen. Zo stortte ik mij in een zee van zonde en ellende. Ik hoop echter dat jij gehoorzamer zult zijn. Denk aan Hem zo vaak je kunt. Bid tot Hem in het verborgene en bedenk dat Hij nog steeds bij je is, als jij helemaal alleen bent. Als je bidt, probeer dan je noden en gevoelens zo eenvoudig te verwoorden alsof je tot mij sprak. Sommige mensen gebruiken veel mooie woorden en zinnen, maar het ware gebed is de oprechte taal van het hart die de Heere verstaat en begrijpt, hoe hakkelend ook.

De Kananese vrouw zei alleen maar: ‘Heere, help mij!’ Het gebed van de tollenaar was bijna even kort: ‘O God! wees mij zondaar genadig!’ Beiden werden verhoord. De Bijbel of het Nieuwe Testament wordt op school vaak als leerboek gebruikt. Kinderen denken dan vaak slechts aan het lezen van de opgegeven les. Ik hoop echter dat je de Bijbel als Gods Woord zult beschouwen, als je die ter hand neemt. Open de Bijbel eerbiedig en lees daar aandachtig in, zoals je denkt dat je zou doen wanneer je verwachtte dat Hij met een hoorbare stem uit de hemel zou spreken. Het duidelijkste en meest aangrijpende deel van de Bijbel is de geschiedenis van onze Zaligmaker in de evangeliën. Lees die geschiedenis vaak, zodat je die goed kent. Ik bid Hem om jou te leren verstaan wat je leest. Als je leest Wie Hij is, wat Hij deed, wat Hij leed en wat Hij heeft beloofd aan ellendige zondaren, zul je Hem zeker liefhebben. De Heere zegene je. Doe je gouvernante en alle vrienden de groeten van ons.

Je zeer liefhebbende vader
23 oktober 1783