Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Tweede brief

Jon Newton Brieven

MIJN GELIEFDE KIND,

Je zult wel een bericht van mij verwachten, maar vast geen lange brief, als je nog weet hoe weinig vrije tijd ik in Londen heb. Bijna elke dag word ik met schuld overladen en krijg ik brieven die ik niet kan beantwoorden, maar mijn lieve Betsy moet niet vergeten worden. We zijn hier nu al meer dan twee weken. De Heere gaf ons een aangename en veilige reis. Met mama gaat het over het algemeen redelijk goed. Je weet dat we bij dr. X logeren, dus ik hoef niet te vertellen dat we zo goed gehuisvest zijn als we te midden van zoveel lawaai en rook maar kunnen wensen. Hier is echter geen tuin. Hier kan ik geen fijne wandelingen maken tussen de bomen en de akkers. Hier zijn geen vogels, behalve gevangen in ijzeren kooien. Ze zingen wel, maar toch heb ik medelijden met ze.

Dezelfde zon die in N. schijnt, is ook vaak in Londen te zien en de Heere Jezus is, net als de zon, overal tegelijk. Waar we ook heen gaan, we zijn nooit ver bij Hem vandaan, als we maar ogen hebben om Hem te zien en een hart om Hem op te merken. Mijn lieve kind, als je naar de zon kijkt, hoop ik dat je zult denken aan Hem Die de zon heeft gemaakt en aan het firmament heeft geplaatst, niet alleen om ons te verlichten, maar als het duidelijkste en heerlijkste beeld van Hemzelf. Er is slechts één zon en dat is genoeg. Zo is er slechts één Zaligmaker, maar Hij is volmaakt en algenoegzaam, de Zon der gerechtigheid en de Bron van leven en troost. Waar Zijn stralen gevoeld worden, brengen ze de ziel genezing, kracht, vrede en vreugde. Bid Hem, mijn geliefde dochter, om te verschijnen en Zich aan jou te openbaren. O, hoe anders is Hij dan alles wat je met je lichamelijke ogen ooit aanschouwd hebt! Hij is de Zon van de ziel en Hij kan jou Zijn aanwezigheid net zo doen gevoelen als de zonneschijn op de middag. Als je een helder zicht op Hem krijgt, dan zullen duizenden kleine dingen waarmee je tot nu roe bezet was, in zekere zin verdwijnen.

Zoals het eerste morgenlicht
De sterren doet verbleken
Zo zal aardse pracht verdwijnen
Als Christus gaat verschijnen.

Ik smeek je, ik gebied je om Hem elke dag te vragen Zich aan jou te openbaren. Bedenk dat Hij altijd bij je is, op de weg overdag, aan je bed bij nacht. Hij is dichterbij dan iets wat je kunt zien, hoewel je Hem niet ziet, of je nu zit of loopt, of je in gezelschap bent of alleen. Mensen denken vaak dat God hen van grote afstand ziet. Dat is echter niet waar, want hoewel Hij in de hemel is, kan de hemel der hemelen Hem niet bevatten. Hij is net zo goed bij ons als bij de engelen. In Hem leven wij, en bewegen wij en zijn wij. Denk maar aan de lucht die ons omringt en die we inademen. Daar kunnen we ook geen ogenblik van gescheiden worden. Wat je uit de Schrift over God leert – dat Hij groot, heilig, wijs en goed is – probeer dat allemaal toe te passen op Jezus Christus Die eens stierf aan het kruis. Hij is immers de waarachtige God en het eeuwige leven. Je hebt met Hem te doen. Hoewel Hij Koning der koningen en Heere der heren is, buigt Hij zo laag neer en is Hij zo barmhartig dat Hij het gebed van een kind zal horen en verhoren. Zoek Hem en je zult Hem vinden. Wat je verder ook zoekt, daarin kun je teleurgesteld worden, maar Hij wordt nooit tevergeefs gezocht.
Je zeer liefhebbende vader
Old Jewry, 22 oktober 1779