Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Dertiende brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Het ontbrak mij aan de gelegenheid, en niet aan de genegenheid, om je te schrijven voor je naar huis kwam. Nu je ons weer verlaten hebt, maak ik gebruik van de eerste gelegenheid die zich aanbiedt. Als jij de enige was aan wie ik schreef, zou je heel vaak van me horen. Ik kan ook niet verwachten zo vaak van jou te horen als ik zou willen, omdat ik bedenk dat jij ook je verplichtingen hebt. Hoewel ik niet wil toegeven dat jouw bezigheden net zo belangrijk zijn als sommige van mijn taken, zullen en moeten ze op dit moment een groot deel van je tijd opslokken. Je moet je niet alleen bezighouden met lezen, schrijven en rekenen, maar je moet ook werken met twijgjes en bloemen, kaarten bestuderen, papier in stukjes knippen en een vreemde taal leren. Je zult dus zeker erg druk zijn. Ledigheid is een groot kwaad. Het is een deur waardoor wel duizend verzoekingen en ondeugden kunnen binnenkomen.

Je moeder en ik zijn over het algemeen heel tevreden over je. Je liefde blijft niet onopgemerkt. Wanneer je tekortschiet, komt dat door onoplettendheid, niet omdat je ons geen genoegen wilt doen. We hebben goede hoop dat je bij het opgroeien de onoplettendheid waarvan je soms blijk geeft, zult overgroeien. Je bent nog geen vrouw, maar je bent ook geen kind meer. Je bent al bijna veertien en op die leeftijd mogen we hopen op een zekere mate van bedachtzaamheid en een voortuitziende blik die enkele jaren geleden redelijkerwijs nog niet van jou verwacht mochten worden. Het heeft de Heere behaagd jou het vermogen te schenken om je te ontwikkelen. Je ziet dat noch mama noch ik zo veel tijd en aandacht aan je kunnen geven wanneer je thuis bent als we zouden willen. Daarom hoop ik dat je zo goed mogelijk gebruik zult maken van de mogelijkheden die je op school hebt. We vinden het niet fijn dat je zo vaak elders moet wonen, want we hebben je hartelijk lief en houden van je gezelschap, maar we verdragen dit voor jouw bestwil. Je vroeg mij om jou het nieuws door te geven als ik zou schrijven.

Ik heb je echter weinig te vertellen. Ik veronderstel dat je het algemene nieuws wel van twintig mensen zult horen. Het is heel belangrijk. Weldra zal de Heere ons de zegen van de vrede schenken. Jij noch ik kunnen zeggen hoe groot de waarde van deze zegen is, omdat we het gemis ervan nooit ervaren hebben. Het is waar dat we veel gehoord hebben over de oorlog en over de rampen die de oorlog heeft gebracht. Het waren echter dingen die ver weg plaatsvonden. Als we in Amerika hadden gewoond, zouden we ze mogelijk hebben gezien en beleefd. We zouden brandende steden, dorpen en huizen hebben gezien. We zouden het kermen van de weduwen en wezen in onze omgeving gehoord hebben. Alles wat we ons eigendom noemen zou van ons zijn losgescheurd en misschien zouden we wel blij geweest zijn met een schuilplaats in de bossen om ons leven te redden. Dat is het lot geweest van duizenden tijdens de oorlog. Als je je de jachtigheid, de verwarring en de angst uit de tijd van de rellen nog herinnert, krijg je misschien enig besef van de situatie van mensen die leven in een land waar oorlog is. Onze vrees duurde maar enkele dagen, maar zij leven in zulke angst of nog grotere verschrikking van het begin tot het einde van het jaar.

Ik hoop daarom dat je God dankbaar zult zijn als het Hem behaagt het oorlogszwaard weer in de schede te doen keren en een einde te maken aan alle verwoestingen en slachtpartijen die al zo lang hebben geduurd. Hoewel je zelf niet geleden hebt, wil ik graag dat je met hen meeleeft en hen welgezind bent, dat je met hen begaan bent als je hun noden niet kunt lenigen. Naast de genade van God is dat het mooiste sieraad van een mens. Beter gezegd, als dit meeleven oprecht is, is het een van de beste vruchten en blijken van genade. Jezus, de Zaligmaker, wilde dat zij die Hem liefhebben, en zij alleen, Zijn beeld in zekere mate zouden vertonen. Een hardvochtige, ongevoelige, egoïstische christen is een tegenstrijdigheid. Als je bedenkt hoeveel mensen te lijden hebben van oorlog, honger, ziekte, stormen, aardbevingen en andere rampen, denk dan ook aan het kwaad van de zonde dat alle andere kwaden in de wereld heeft gebracht. Maar wat is zonde? Ik heb afgelopen zondag geprobeerd je dat duidelijk te maken vanuit Jeremia 2:11. Zonde is de verwaandheid om onze eigen wil te doen en niet de wil van God Die onze Schepper, Wetgever en Weldoener is.

Door de zonde doen we alsof we niet afhankelijk zijn van onze Schepper, tasten we het gezag van onze rechtvaardige Wetgever aan en staan we schuldig aan grove en verschrikkelijke ondankbaarheid jegens onze grootste en vriendelijkste Weldoener. Stel je voor dat je een klein schepsel zou kunnen maken en tot leven zou roepen. Als het jou dan haatte en zich tegen jou verzette, je goedheid verachtte en er behagen in schepte om jou te tarten, zou je het dan niet spoedig zat worden en het liever willen vertrappen dan het te voeden en te verzorgen? Maar wat is Gods geduld groot! Hoewel Hij opstandige mensen veel gemakkelijker kan verdelgen dan jij een spin of kever kunt doden, wacht Hij om genadig te zijn. Ja, Hij heeft ze zo liefgehad dat Hij Zijn enige Zoon gezonden heeft om te sterven, opdat zij zouden leven! De zonde heeft niet alleen de wereld met smart vervuld, maar was ook de oorzaak van alle smart die Jezus verdroeg. Hij kermde en weende, zweette bloed en stierf aan het kruis, alleen omdat wij gezondigd hebben. Als ik mag meemaken dat jij oprecht bedroefd bent vanwege de zonde en getroffen bent door de liefde van Jezus, wat zal ik dan nog voor jou te vragen hebben?

Je zeer liefhebbende vader
27 januari 1783