Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Twaalfde brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Het is nogal in je nadeel dat ik onlangs een fout heb verbeterd die ik gemaakt heb. Ik dacht dat je op je laatste verjaardag pas twaalf jaar geworden was, maar ik las op het schutblad van de grote Bijbel dat mijn kind op zz juni 1769 geboren is. Je bent nu dus in je veertiende jaar. Om gelijke tred te houden met mijn ideeën en wensen zou je dus een heel jaar verder gevorderd moeten zijn in elk opzicht en een heel jaar wijzer moeten zijn. Sommige dingen die ik heel acceptabel zou vinden van mijn kind als ze nog twaalf was, zullen niet zo’n beste indruk maken als ik weet dat ze dertien is. Andere dingen zullen heel ongepast zijn op dertienjarige leeftijd, terwijl ze vergeeflijker zouden zijn als je slechts twaalf was. Je ziet, mijn lieve kind, dat je vaart moet maken en met dubbele ijver moet proberen het jaar in te halen dat op een of andere wijze aan onze aandacht is ontsnapt. Je hebt een jaar minder om je te ontwikkelen en je bent een jaar dichter bij het moment waarop je er als een jonge vrouw zult gaan uitzien dan ik verwachtte. Ik geloof dat ik me liever aan de andere kant had vergist, zodat je een jaar jonger zou zijn dan ik had gedacht. Maar zoals het is, zal ik er het beste van hopen. Ik klaag niet over je. Omdat ik je hartelijk liefheb, ben je mij een bron van vreugde.

Ik vertrouw erop dat je de Heere zult bidden, zoals ik ook doe, dat Hij je Zijn genade, wijsheid en zegen geeft. Dan zal het je goed gaan. Soms ben ik bedroefd, als ik bedenk in wat voor wereld jij opgroeit, aan welke gevaren en strikken jonge mensen zijn blootgesteld. Pas was ik in Deptford en zag dat een schip te water werd gelaten. Het gleed moeiteloos in het water. De mensen aan boord juichten. Het schip zag er schoon en schitterend uit, fris geschilderd en met wapperende vaandels. Ik bekeek het echter met een zeker medelijden. Ik dacht: ‘Arm schip, nu lig je in de haven en ben je in veiligheid, maar spoedig moet je het ruime sop kiezen. Wie zal zeggen welke stormen je zullen teisteren, aan welke gevaren je blootgesteld zult worden en hoeveel averij je zult oplopen voor je weer in de haven terugkeert en of je zelfs wel zult terugkeren!’ Toen gingen mijn gedachten van het schip naar mijn kind. Het schip scheen een beeld te zijn van jouw situatie nu. Je verkeert nu als het ware in een veilige haven, maar spoedig moet je de wereld in, die te vergelijken is met een woelige zee. Ik zou zelfs nu nog bijna kunnen huilen bij de overeenkomst, maar ik vat moed. Mijn hoop is groter dan mijn vrees. Ik weet dat er een onfeilbare Stuurman is Die de winden en de wolken kan gebieden.

Er gaat nauwelijks een dag voorbij dat ik Hem niet smeek om jou onder Zijn hoede te nemen. Ik weet dat je veilig zult zijn als Hij voor je zorgt. Hij kan je ongedeerd leiden te midden van de stormen, rotsen en gevaren waarvan je anders te lijden zou kunnen hebben en je ten slotte veilig brengen in de haven van de eeuwige rust. Ik hoop dat je Hem zult zoeken terwijl je jong bent en ik weet zeker dat Hij de Vriend zal zijn van hen die Hem oprecht zoeken. Dan zul jij gelukkig zijn en ik zal mij verheugen. Dat alleen zal mij vreugde schenken. Als ik zou mogen meemaken dat je heel voorspoedig bent in tijdelijk opzicht, zou ik je toch heel ongelukkig vinden, als je Hem niet liefhad en leefde in Zijn vreze en gunst. Ik denk dat het mijn hart bijna zou breken, want naast je lieve mama is niemand me zo lief in deze wereld als jij. De Heere heeft jou echter aan mij gegeven en ik heb jou menigmaal weer aan Hem teruggegeven op mijn knieën. Daarom hoop ik dat jij de Zijne moet, wilt en zult zijn.

Ik ken eigenlijk geen vaardigheid die ik je liever zie verwerven dan het talent om vloeiend en ongedwongen te schrijven. Als je je hart helemaal voor mij zou openleggen, zou je mij misschien wel iets vertellen wat ik graag wil weten of je zou me nu en dan dingen kunnen voorleggen die je gedachten bezwaren en mij daardoor de gelegenheid geven om te proberen jou op te beuren, te bemoedigen of raad te geven. Daarom heb ik je gouvernante gevraagd je nu en dan toestemming te geven je brieven voor mij en je moeder te verzegelen zonder ze aan haar te laten zien. Dit geldt alleen voor jouw brieven aan ons en als jij openhartiger wilt schrijven dan wanneer je brieven werden ingezien voor je ze verstuurt. Ik heb haar beloofd je te vragen evenveel zorg aan je brieven te besteden als anders en ons geen hanenpoten te sturen, omdat zij ze niet zal bekijken. Ze heeft toegezegd me onder dat voorbehoud ter wille te zijn. Ik beschouw dat als een gunst, want ik besef heel goed dat het doorgaans in geen geval gepast is als jonge mensen van school brieven schrijven buiten medeweten van hun gouvernante. De jouwe heeft jou en mij echter zo hoog staan dat ze ons wil vertrouwen en ik hoop dat geen van ons ongepast gebruik zal maken van haar toegeeflijkheid. Met de grootste toegenegenheid,
Je zeer liefhebbende vader
15 oktober I782