Brieven aan de heer A: Vijfde brief

Jon Newton Brieven

DEAR SIR!

Ik ben blij dat u zich in D. thuis voelt, waarnaar ik hoop- de beste gaven u niet onthouden zullen worden om uzelf aangenaam te maken door een nederig, voorzichtig gedrag, zonder aanstoot te geven. Ik vind het heel goed dat u ’s middags één van de lessen bespreekt; dat zal een goede oefening voor u zijn om -langzamerhand- zoals uw wens is-, een goede gewoonte en vlotheid van spreken aan te leren. Waarschijnlijk zult u ervaren dat dit meer indruk maakt op uw hoorders dan hetgeen u leest als u op de preekstoel staat. Ik wil u echter niet ontraden uw preken enige tijd te lezen. Het voornaamste bezwaar voor uzelf is, wat u zelf genoemd hebt. Een geschreven preek biedt je iets waar je op aan kunt, maar het is voor een prediker beter om geheel op de Heere te vertrouwen. Begin er langzamerhand mee; de Heere zal de dag der kleine dingen niet verachten.

Bid vurig of uw hart oprecht mag zijn met Hem, dan komt de rest wel in orde. Blijf ook maar schrijven. Als u één preek hebt samengesteld en het zou uw hart verruimen om een andere te preken, dan is uw schrijfwerk niet voor niets geweest. Als uw geweten kan getuigen dat u de Heere begeert te dienen, geldt de belofte van bediening en bekwaamheid in het werk (nu Hij u in Zijn dienst heeft gesteld) evenzeer voor u als voor een ander. De hulp die u daarbij van een ander leent, komt misschien voort uit gebrek aan zelfvertrouwen, en dat is niet af te keuren. Het kan echter ook gedeeltelijk voortkomen uit gebrek aan vertrouwen op de Heere, en dat is kwalijk. Ik wens u toe dat u bemoedigd mag worden door wat er staat in Exodus 4:11 en 12. Dat heeft mij erg bemoedigd. Terwijl ik bij u aandring om met het verstand in allerlei middelen ijverig te zijn om uw kennis te vermeerderen en uw gave om te spreken te verbeteren, zou ik toch willen dat u bedenkt dat preken een gave is!

Dat kan men niet alleen leren door ijver en nadoen, zoals iemand die moet leren een stoel of een tafel te maken. Preken komt van Boven, en als u geduldig op de Heere wacht, zal Hij u die gave schenken en in u vermeerderen. Die gave groeit door oefening! “Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben” (Matth. 25:29). Begeer vooral de zalving te ontvangen op hetgeen u spreekt. Misschien zullen de preken waarin u uw tekorten het meest voelt, het meest profijtelijk gemaakt worden voor anderen. Ik hoop dat u ook zult proberen eenvoudig en gewoon te zijn in taalgebruik en manieren, (echter niet plat of ordinair), zodat u zich zoveel mogelijk schikt naar het bevattingsvermogen van de meest onkundigen. In alle gemeenten zijn er mensen die buitengewoon onkundig zijn; toch hebben die ook een kostelijke ziel en de Heere roept dikwijls zulke mensen. Ik bid, of de Heere u wijs wil maken om zielen te winnen; dat hoop ik voor u. U kunt niet te waakzaam zijn over uw eigen hart. Roep tot Hem, Die u staande kan houden, opdat u zeker van uw zaak mag zijn en u zult niet tevergeefs roepen.

Het is immers een schrikbarende gedachte, als een mens bidt en preekt, en voor een tijd nuttig en aangenaam bij de mensen mag zijn, terwijl het toch niets is. Maar evenwel, het vaste fundament Gods staat. Ik heb goede hoop dat ik nooit reden zal hebben om spijt te hebben van hetgeen ik in uw belang heb gedaan. Zolang u in de weg van uw plicht blijft, zult u ervaren dat het een veilige weg is. Wees nauwgezet, om u in het verborgene aan de Heere toe te vertrouwen. Dat is van alles het leven, de enige weg en de zekere weg om uw sterkte te behouden en te vermeerderen.
Ik ben, enz.
Juli 1772