God regeert over alles!

John Newton Brieven en bijbels dagboek

God regeert over alles!

Februari, 1774

Geachte heer,

Want ik weet dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is. Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen en op de aarde, in de zeeën en alle afgronden.” Psalm 135:5-6.

God regeert over alles! En hoewel Hij voor gewone ogen verborgen is door een sluier van oorzaken, zodat zij alleen de middelen, instrumenten en toevalligheden kunnen waarnemen waardoor Hij werkt, denken zij dat Hij niets doet. Maar in werkelijkheid doet Hij alles, volgens Zijn Eigen raadsbesluit en genoegen, in de legers van de hemel en onder de bewoners van de aarde. Wie kan al deze wezens en gebeurtenissen opsommen die voortdurend voor Zijn oog staan, die door Zijn wijsheid en macht worden bestuurd en van Zijn wil afhankelijk zijn!

Als wij de hemelen beschouwen, het werk van Zijn handen, de maan en de sterren die Hij heeft verordend; en daarbij de hulp inroepen van astronomen om ons een beeld te vormen van het aantal, de afstanden, de grootheden en de bewegingen van de hemellichamen, zullen wij des te meer bevestigd worden dat dit slechts een klein deel is van Zijn wegen! Maar Hij noemt ze allemaal bij naam, onderhoudt ze door Zijn kracht, en zonder Zijn voortdurende ijver die ze in stand houdt, zouden ze verstrooid raken of in het niets verzinken!

Wanneer wij spreken over intelligenties, is Hij het leven, de vreugde, de zon van iedereen die in staat is tot geluk. Wat ook bedoeld wordt met de tronen, vorsten en machten in de wereld van het licht, zij zijn allen afhankelijk van Zijn macht en gehoorzaam aan Zijn bevel. Het geldt evenzeer voor engelen als voor mensen, dat zij zonder Hem niets kunnen doen. Ook de machten van de duisternis staan onder Zijn onderwerping en controle. Hoewel er in de Schrift heel weinig over hen wordt gezegd, lezen wij genoeg om ons te verzekeren dat hun aantal gigantisch moet zijn, en dat hun macht, sluwheid en kwaadaardigheid zo groot zijn, dat wij hen niet graag als onze vijanden zien, en dat zou waarschijnlijk ook het geval zijn – ware het niet dat wij vreemd genoeg ongevoelig zijn voor alles wat niet onder de kennis van onze uiterlijke zintuigen valt. Maar Hij houdt hen allen in ketenen, zodat zij niets kunnen doen of proberen, tenzij met Zijn toestemming. Alles wat Hij hen laat doen heeft Zijn aangewezen ondergeschiktheid bij het volbrengen van Zijn plannen.

Als wij wat dichter bij huis blijven, en spreken over wat meer geschikt lijkt voor ons schaarse begrip – doet dat ons nog steeds in verwondering verzinken. Voor Deze gezegende en enige Potentaat zijn alle naties van de aarde slechts als het stof op de weegschaal, en een kleine druppel van een emmer, en (vergeleken met de onmetelijkheid van Zijn werken) nauwelijks Zijn aandacht waard! Toch houdt Hij toezicht, doordringt Hij, voorziet Hij, beschermt Hij en regeert Hij. Door Hem kunnen schepsels leven, bewegen zij zich en hebben zij hun bestaan. Van Hem is hun voedsel en behoud. De ogen van allen zijn op Hem gericht – wat Hij geeft vergaren zij, en meer kunnen zij niet vergaren! Op Zijn woord zinken zij in het stof! Er is geen worm die op de grond kruipt, of een bloem die groeit in de woestijn, of een schelp aan de kust – of zij dragen de afdruk van Zijn wijsheid, macht en goedheid.

Wat de mensen betreft, regeert Hij met onbelemmerde heerschappij over elk koninkrijk, gezin en individu. Wij mogen ons hier verwonderen over Zijn wijsheid hoe Hij mensen, waarvan de meesten Zijn vijanden zijn, gebruikt om Zijn doelen te bereiken! Want hoe onwillig ze ook zijn, ze dienen Hem allemaal. Zijn geduld is ook verbazingwekkend. Velen, ja bijna onze hele soort, besteden het leven en de kracht die Hij hen geeft, en misbruiken alle gunsten die Hij hen verleent – in de wegen van de zonde! Zijn bevelen worden genegeerd, Zijn Naam gelasterd, Zijn genade geminacht, Zijn macht getart – en toch spaart Hij! Het is een belangrijk deel van Zijn regering, om de verdorvenheid van de menselijke natuur te beteugelen, en op verschillende manieren de gevolgen ervan te beperken, die, indien aan zichzelf overgelaten, zonder Zijn voorzienige controle, de aarde spoedig tot het evenbeeld van de hel zouden maken – want het is de meest verdorven mensen niet toegestaan om een duizendste deel te begaan van het kwaad waartoe hun hart hen zou aanzetten. De aarde, hoewel zij in het kwade ligt, is gevuld met de goedheid van de Heere. Hij zegent mens en beest, onderhoudt de jonge leeuw in het woud, voedt de vogels van de lucht, die geen voorraadkamer of schuur hebben, en versiert de insecten en bloemen van het veld met een schoonheid en elegantie die alles wat in de hoven van koningen wordt gevonden te boven gaat!

Nog wonderlijker is het bestuur van Christus in Zijn koninkrijk der genade! Hij is aanwezig bij al Zijn schepselen, maar op een bijzondere manier bij Zijn Eigen volk. Elk van deze zijn gedenktekens van een illustere machtsvertoning, groter dan die welke de hemelen als een gordijn uitspreidde, en de grondvesten van de aarde vestigde. Want Hij vindt hen allen in een staat van rebellie en vijandschap, en maakt hen tot Zijn gewillig volk! Vanaf het moment dat Hij hun Zijn liefde openbaart, neemt Hij hun zaken over en neemt al hun zorgen in Zijn handen. Hij is zo dichtbij en heeft aandacht voor elk van hen – alsof het lijkt of het maar één iemand is!

Deze Hoge en Verhevene Die de eeuwigheid bewoont, voor Wie engelen hun aangezicht bedekken – daalt af om gemeenschap te hebben met hen die door de mensen veracht worden. Hij gaat koningen en vorsten voorbij om Zichzelf te openbaren aan een nederige ziel in een lemen huis! Hij troost hen in moeilijkheden, versterkt hen wanneer zij zwak zijn, maakt hun bedden op in geval van ziekte, verkwikt hen wanneer zij vermoeid raken, ondersteunt hen wanneer zij vallen, en verzorgt hen zo tijdig en doeltreffend, dat hoewel zij vervolgd en verzocht worden, hoewel hun vijanden talrijk en machtig zijn – niets hen kan scheiden van Zijn liefde!

En dit alles doet Hij alleen. Alle vermogens, krachten en instincten die onder de schepselen worden aangetroffen, zijn voortbrengselen van Zijn volheid. Alle veranderingen, successen, teleurstellingen – alles wat memorabel is in de annalen van de geschiedenis, alle opkomst en ondergang van rijken, alle wendingen in het menselijk leven vinden plaats volgens Zijn plan. Tevergeefs proberen mensen hun eigen plannen te verwezenlijken, tenzij ze ook deel uitmaken van Zijn plan! De inspanningen van hun uiterste kracht en wijsheid worden gedwarsboomd en omgekeerd door de zwakste en meest ondoordachte omstandigheden. Maar wanneer Hij een werk te volbrengen heeft en Zijn tijd gekomen is, hoe ontoereikend en zwak de middelen die Hij gebruikt ook mogen lijken voor een vleselijk oog – is het welslagen onfeilbaar verzekerd. Want alle dingen dienen Hem. In Zijn handen zijn zij als klei in de handen van de pottenbakker. Groot en prachtig Zijn Uw werken, Heer God Almachtig; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, o Koning der heiligen!

Dit is de God die wij aanbidden! Dit is Hij Die ons uitnodigt om te leunen op Zijn almachtige arm en belooft ons te leiden met Zijn onfeilbaar oog! Hij zegt tegen al Zijn kinderen: “Wees niet bang, want Ik heb je verlost. Ik heb je bij je naam genoemd; je bent van Mij! Wanneer je door diepe wateren en grote moeilijkheden gaat, zal Ik bij je zijn. Wanneer je door rivieren gaat, zul je niet verdrinken! Wanneer je door het vuur van de ellende gaat, zul je niet verbranden; de vlammen zullen je niet verteren. Want Ik ben de Heer, jouw God, de Heilige van Israël, jouw Redder!” (zie: Jesaja 43:1-3).

Daarom, op de weg van de plicht, en het volgen van Zijn roeping, mogen wij vrolijk voorwaarts gaan, ongeacht schijnbare moeilijkheden; want de Heere, van Wie wij zijn, en Die ons geleerd heeft Zijn heerlijkheid tot ons hoogste doel te maken, gaat ons voor, en op Zijn woord worden kromme dingen recht, schijnt er licht in de duisternis, en verzinken bergen tot vlakten! Geloof kan en moet worden uitgeoefend; ervaring moet en zal bevestigen wat Zijn Woord verklaart, namelijk dat het hart bedrieglijk is, en dat de mens in zijn beste doen en laten ijdelheid is! Maar Zijn beloften aan hen die Hem vrezen zullen ook bevestigd worden, en zij zullen Hem in alle omstandigheden vinden als onze zon, schild en buitengewoon grote beloning.

Download PDF
John Newton