Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Zeventiende brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Bedankt voor je laatste brief, waarmee mama en ik heel blij waren. We vonden die goed geschreven en mooi geformuleerd. Besteed zo veel zorg aan je stijl en zo weinig aandacht aan de inhoud als je wilt. Als je omgeven wordt door de pracht van de natuur hoef je niet na te denken over wat je het eerst zult schrijven. Schrijf op wat je het eerst voor de geest komt. Als je dat gedaan hebt, zal zich wel iets anders aandienen. Probeer precies te schrijven wat je denkt en schrijf zo vaak en zo uitgebreid als je vele, belangrijke bezigheden toelaten. Alleen door oefening zal het schrijven je gemakkelijker afgaan. Oefening baart kunst. Als we op papier zouden zetten hoe lief we je hebben, zouden we daarmee net zo’n groot vel kunnen vullen als jij. Ik hoop en geloof dat de liefde aan geen van beide kanten verspild is. Jij wilt ons graag verblijden en een genoegen doen en wij willen al het mogelijke doen om jou ter wille te zijn en blij te maken.

We denken vaak aan volgende week maandag, als we hopen te komen en bij je optreden aanwezig te zijn. Ik beloof mezelf dat jij lof zult oogsten met je aandeel en dat wij er blij mee zullen zijn. Ik zou graag naar je toe willen komen om de Elegy nog een keer met je te lezen, maar ik weet dat ik daartoe niet in de gelegenheid ben en ik geloof dat het niet nodig zal zijn. Ik twijfel er niet aan dat je het heel goed zult doen, vooral als je je schroom en angst kunt overwinnen. Ik zie je echter veel liever een beetje bedeesd dan zelfingenomen en gekunsteld, zoals zoveel jonge mensen. Ik zou graag willen dat je aan het begin blijk geeft van respect voor je publiek en dat je je daarna zo in het gedicht inleeft dat je alle aanwezigen vergeet tot je aan het eind gekomen bent. Het metrum en ritme van het gedicht zijn erg mooi, als je het tot uiting kunt brengen zonder te overdrijven. Als je het onderwerp begrijpt en je erin kunt inleven, zul je het goed vertolken.

Ik hoop dat de Elegy je ook zal brengen tot nuttige overdenkingen voor jezelf en tot dankbaarheid aan de Heere. Van Hem heb je dit talent ont
vangen en Hem ben je dank verschuldigd voor de vruchten die je plukt van het onderwijs. Onder de kinderen die we halfnaakt zien lopen in de straten zouden er mogelijk ook zijn die beschaafd en gerespecteerd zouden zijn als zij de hulp hadden ontvangen die jij in Gods goede voorzienigheid hebt gekregen. Deze arme kinderen groeien echter op in armoede en goddeloosheid, naar het voorbeeld van hen onder wie ze leven. En hoewel je niet zoals zij geworden zou zijn, is het waarschijnlijk dat je niet uitgegroeid zou zijn tot de persoon die je nu kunt en – naar ik hoop – zult worden als de Heere je niet naar ons had gestuurd. Je moest je ouders missen toen je nog heel jong was.

Toch is er misschien geen kind in die situatie dat minder reden heeft om onder dat verlies te lijden, omdat de Heere ons niet alleen gewillig heeft gemaakt om voor je te zorgen, maar ons ook onmiddellijk een hartelijke liefde voor jou geschonken heeft, alsof je ons eigen kind was. Vanaf dat ogenblik is jouw welzijn ons zeer ter harte gegaan. Je bent beschermd tegen de dwaasheden en ijdelheden die anders al vroeg bezit van je hadden kunnen nemen. Je bent bekendgemaakt met de middelen der genade en het gezegende Evangelie. Ik geloof dat de Heere je genadig tot Zich wil leiden door al deze gunstige omstandigheden waarin Hij je heeft gebracht. Zonder deze weldaad zou alles wat je leren of bereiken kunt slechts van weinig waarde zijn. Natuurlijk wil ik graag dat je alle vaardigheden verwerft die je op school leren kunt. Niets zal mij echter meer verblijden dan dat je mag delen in Gods genade.

Je zeer liefhebbende vader
11 juni 1783