Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Vijde brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Ik wil je feliciteren omdat december nu spoedig zal aanbreken. Dan ga je de dagen tellen en zal de vakantie na korte tijd aanbreken. Ik mag je moeder en mijzelf ook feliciteren (als je tenminste bij je terugkomst vorderingen gemaakt hebt, zoals we wensen). We verlangen ernaar je te zien en sinds je vertrek hebben we elke dag naar je terugkeer uitgekeken. Je moeder voelt zich vaak niet zo goed, maar is zelden erg ziek, in elk geval niet lang achter elkaar. Zowel zij als ik hebben veel gevoelens die we niet kenden toen we jong waren zoals jij. Het is echt een voorrecht als we bij het ouder worden beseffen hoe dwaas en ijdel we in onze jeugd zijn geweest. Het is ook een zegen als we met gepaste schaam te denken aan al de gelegenheden die we voorbij hebben laten gaan en alle talenten die we hebben verwaarloosd.

Met berouw kunnen we de dag die voorbij is echter niet terugroepen. Ik bid vaak dat je wijzer zult zijn dan ik was op jouw leeftijd en dat je door genade aan je Schepper en Verlosser zult denken terwijl je nog jong bent. Wees er zeker van, mijn lieve kind, als je de Heere echt zult kennen, zal het je verdriet doen dat je Hem niet eerder hebt leren kennen. Als je de vreugde zult ervaren die alleen te vinden is in de liefde tot Hem en in Zijn dienst, zou je wensen dat je Hem had liefgehad en gediend (zo mogelijk) vanaf je wieg. Ik heb je geen nieuws te vertellen. Eén ding kan ik je echter verzekeren. Je hebt het al vaak gehoord, maar ik hoop dat de herhaling je altijd een genoegen zal doen. Ik bedoel dat ik je zeer liefheb en dat ik hetzelfde voor je voel als wanneer ik echt je vader was.
november 1780.