Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Vierde brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE KIND,

Je kunt er zeker van zijn dat je moeder en ik heel blij waren te horen dat de Heere je voor kwaad bewaard heeft en dat je veilig en wel te N. verkeert. Ik wil graag dat je diep beseft dat het niet vanzelfsprekend is dat je veilig bent in den vreemde of thuis of dat je gezond mag blijven van uur tot uur. Dit komt door de zorg en goedheid van Hem Die weet dat we hulpeloos zijn als schapen en Die ons in Zijn neerbuigende goedheid als Herder wil hoeden. O, dat je mag leren Hem in al je wegen te kennen, Hem te smeken om Zijn zegen en dagelijks Hem te loven voor Zijn weldaden. Dat is goed. Dit is een groot voorrecht dat ons onderscheidt van de beesten van het veld. Hij bewaart ook deze beesten in Zijn voorzienigheid, maar zij kunnen Hem niet kennen of danken. Er zijn veel jonge mensen die tevreden zijn met een leven zonder God in de wereld. Dit is niet alleen een zonde; het is ook tot hun schande. Zo verwerpen zij de hoogste eer die hen ten deel kan vallen en ze verlagen zich tot het niveau van de beesten. Laat dat echter niet van jou gelden.

Bid de Heere je te leren om Hem lief te hebben. Als je aan Hem denkt, richt je gedachten dan op de Heere Jezus, op Hem Die als mens op aarde heeft gewandeld. De grote God heeft Zich geopenbaard op een wijze die gepast is voor ons zwakke schepselen en arme zondaren. God is overal tegenwoordig, maar alleen zij die Hem in Christus aanschouwen, kunnen Hem liefhebben, vertrouwen en recht dienen. Als je de woorden van onze Zaligmaker leest, die door de evangelisten zijn opgetekend, doe dat dan zo aandachtig alsof je Hem met je eigen ogen voor je zag staan. Vóór je gaat bidden moet je jezelf ervan overtuigen dat Hij echt bij je in de kamer is en dat Hij een open oor heeft voor elk woord dat je spreekt. Bedenk dat je niet in de lucht spreekt of tot Iemand die ver weg is, maar tot Een Die zeer dichtbij is, tot je beste Vriend, Die je alles kan en wil geven wat goed voor je is. Dat zal je ernstig maken, maar ook bemoedigen.

Hoewel je nog geen twee weken weg bent, verlangen we ernaar om je weer te zien. Het is al augustus en december zal spoedig aanbreken. We hopen dat je dan weer hier zult komen. Ik zal blij zijn als je de tijd zo goed mogelijk benut en als je zo veel vorderingen hebt gemaakt bij je terugkeer dat we je thuis kunnen houden, want we vinden het niet fijn dat je zo ver bij ons vandaan bent. Er is hier geen geschikte school in de buurt. Als je naar een kostschool moet, geloof ik dat je het best naar N. kunt gaan. Nu je daar al zo lang gezeten hebt, zouden we je niet graag van de school van mevrouw **** halen en naar een andere school sturen. Dat zou een belediging voor haar zijn. Hoewel ons motief zou zijn om je dichter bij ons te hebben zouden de mensen denken dat we andere redenen hadden. Ik zal je voornamelijk raad geven met betrekking tot je geestelijke noden en je zedelijke gedrag. Op het terrein van je moeder liggen echter andere dingen. Ze wil graag dat je bij het opgroeien niet ongunstig afsteekt bij andere jonge vrouwen. Sterker nog, als je in elk opzicht zou zijn zoals zij wenst, zal dat je school tot eer strekken.

Ik denk dat je haar in het algemeen graag een genoegen wilt doen. Ook ben ik ervan overtuigd dat het met een beetje moeite en vastberadenheid al
gauw gemakkelijk en gewoon voor je zal worden om haar voorbeeld na te volgen en haar advies op te volgen. Daarom hoop ik voor haar, voor mij, voor je gouvernante en vooral voor jezelf, dat je zult proberen uit te blinken. Het deed me verdriet dat ik niet kon voorkomen dat mijn tijd werd opgeslokt en dat ik maar weinig tijd overhield om met jou te spreken. We hebben echter afgesproken, zoals je weet, dat met brieven goed te maken. Het is nu jouw beurt om te schrijven en ik zal blij zijn als ik gauw een lange brief van je krijg. Ik wil graag dat je daarin openhartig bent en me zegt wat je denkt, voelt, hoopt, vreest of verlangt met dezelfde vrijmoedigheid alsof je met een van je klasgenoten schreef. De Heere zegene je, mijn lieve kind. Hij geve dat je mag toenemen in wijsheid en genade, zoals je toeneemt in jaren. Denk altijd aan mij als:
Je zeer liefhebbende vader
3 augustus 1780