Eenentwintig brieven aan zijn pleegdochter: Achttiende brief

Jon Newton Brieven

MIJN LIEVE GROTE MEID,

Je schijnt het vanzelfsprekend te vinden dat ik altijd eerst schrijf. Je ziet dat ik me daar erg gemakkelijk bij neerleg in de hoop dat je mij tenminste zult antwoorden, als je omvangrijke en vele belangrijke bezigheden je dat toelaten. Je moeder en ik en je nicht vinden het namelijk fijn te weten dat het goed met je gaat. Toen je nog een klein meisje was, zetten we je, als je uit N. thuiskwam, altijd met je rug tegen de muur bij de openhaard in de woonkamer en vergeleken je lengte met de eerdere streepjes om te zien hoeveel je in een halfjaar was gegroeid. Naar het zich nu laat aanzien, ben je lang genoeg en ben je hard gegroeid. Ik hoef het niet te meten, want ik kan in één oogopslag zien dat je elke keer bij je thuiskomst gegroeid bent. In een andere zin volg ik je groei echter met meer aandacht en ik wilde dat ik kon zeggen met meer voldoening. Ik zou graag willen dat je een zekere kinderlijkheid overgroeide, die ooit heel bekoorlijk was, maar in geen geval aantrekkelijk is voor iemand van jouw leeftijd en jouw lengte, en ik denk dat ik wel mag zeggen met jouw verstand.

Ik weet immers dat de Heere jou begiftigd heeft met een groot verstand en veel talenten, zodat je met de juiste zorg en inspanning uitstekend in staat bent om je te gedragen zoals bij je geslacht en je situatie in het leven past. Ik noem je graag mijn lieve kind en dat zal ik mogelijk blijven doen zolang ik leef. Het woord kind drukt namelijk iets uit van de genegenheid en liefde die ik voor je voel. Ik zou echter niet graag willen dat je altijd een kind bleef in de gewone betekenis van het woord. Ik hoop dat je niet denkt dat ik boos op je ben en ik hoop dat jij niet boos op mij bent, omdat ik je deze wenk gegeven heb. Ik zie je graag opgewekt en het is helemaal niet erg als een jongere die begiftigd is met een goede gezondheid en levenslust nu en dan uitgelaten is. Ik wil echter wel dat je bedenkt dat het de hoogste tijd is dat je gedrag gewoonlijk gekenmerkt wordt door een bepaalde mate van bedachtzaamheid, beheerstheid en oplettendheid. Je lieve mama was op jouw leeftijd al in staat om een huishouden te besturen en werd daar werkelijk toe geroepen.

Nu jij oud genoeg bent, siert het je als je haar een groot deel van de zorg uit handen neemt als je thuis bent. Het ligt in je macht om de tijd dat je niet thuis woont te bekorten. Ik ben wel blij dat je je school zo leuk vindt. Toch vind je het thuis fijner. Ik weet zeker dat we blij zullen zijn als we het niet langer nodig achten om je elders te laten wonen. Wij vinden het fijn als je bij ons bent en het is vooral voor jouw bestwil dat we verplicht zijn van je te scheiden. Men zegt echter dat de wijze aan één woord genoeg heeft en daarom zal ik hier niets meer over zeggen. Je hebt verschillende van mijn preken over Maria en Martha gehoord. Afgelopen zondagavond heb ik dit onderwerp afgesloten met een preek over de tekst ‘Eén ding is nodig’. Ik bid dat de Heere deze zin in je hart zal schrijven. Veel dingen zijn op zich nodig, maar één ding is absoluut onmisbaar. Het is goed dat je ijverig bent op school, dat je je gouvernante en onderwijzers gehoorzaamt en beleefd tegemoettreedt en dat je om je vriendelijkheid en zachtmoedigheid gewaardeerd wordt door je klasgenoten en je familie. Dat gaat heel goed samen met de zorg voor het ene nodige. Als je bemind zou worden door iedereen die je kent, kun je toch niet gelukkig zijn, tenzij je de Heere kent en bemint.

Het ene nodige is daarom Hem te zoeken en Zijn gunst, die beter is dan het leven. Als je Hem zoekt, zal Hij Zich door je laten vinden. Je bent een zondaar en je hebt vergeving nodig. Je hebt veel behoeften die Hij alleen kan vervullen. Je groeit op in een wereld die vol is van zonden, strikken, moeiten en gevaren. Zul je dan niet tot Hem roepen: ‘Mijn Vader, U bent de Leidsman van mijn jeugd’? Je wordt aangemoedigd om Hem te zoeken, want Hijzelf nodigt en beveelt je om dat te doen. Als je doet wat je plicht is en Hem dankbaar bent, is er geen vriend zoals Hij. Zijn barmhartigheden zijn iedere morgen nieuw en Hij is aan het kruis gestorven om ons uit ellende te verlossen. Ik beveel je in Zijn zegen aan. Je nicht is niet veel veranderd. Ze laat je groeten. Ik geloof dat ze je hartelijk liefheeft en ik geloof ook dat jij haar liefhebt. Ik hoop dat jullie elkaar zullen liefhebben zolang je op aarde leeft, dat je elkaar hierna zult ontmoeten in het Koninkrijk van liefde en dat je samen in de hemel voor eeuwig gelukkig zult zijn. Mama doet je de hartelijke groeten. Weet dat ik vaak aan je denk en voor je bid en je altijd mijn liefde wil tonen in daad en waarheid.

Je liefhebbende vader
29 juli 1783