Brieven aan – : Vierde brief

Jon Newton Brieven

DEAR -,

U ziet dat ik aan mijn belofte gedacht heb en ik zal blij zijn als ik iets zou mogen schrijven wat, als het de Heere belieft, een woord op zijn tijd mag zijn. Gisteren ging ik heel dor en harteloos de preekstoel op. Het scheen dat ik een tekst in mijn gedachten had, maar toen het er op aan kwam, was dat Woord zo gesloten dat ik er niet uit preken kon. Ik had nauwelijks een minuut om te kiezen en daarom was ik genoodzaakt datgene aan te grijpen wat het eerst in mijn gedachten kwam; dat bleek 2 Timotheüs 1 :12 te zijn. Dus begon ik op goed geluk, daar ik geen andere bron had dan Gods barmhartigheid en getrouwheid, en wat kunnen wij toch anders wensen? Weldra ging het onderwerp voor mij open en ik herinner mij niet dat mij ooit meer vrijheid verleend is. Waarom vertel ik u dat? Alleen als een voorbeeld van Zijn goedheid, om u aan te moedigen om uw sterkte in Hem te zoeken en zelfs niet bang te zijn als u uw eigen zwakheid en onbekwaamheid het meest gevoelt.

Wij zijn nooit veiliger, hebben nooit meer reden om de hulp van de Heere te verwachten, dan wanneer wij het meest gevoelen dat wij zonder Hem niets kunnen doen. Dat is de les die Paulus heeft geleerd: roemen in zijn eigen armoede en nietigheid, opdat de kracht van Christus in Hem mocht wonen. Als Paulus iets had kunnen doen, zou Jezus niet de eer gekregen hebben dat Hij alles doet! Deze weg, om geheel door genade behouden te worden -van het begin tot het einde- is in strijd met onze natuurlijke wil. Die doodt de eigengerechtigheid en laat niets over om op te roemen. Door de overblijfselen van een ongelovige, wettische geest, schijnt dat dikwijls moedbenemend. Als wij onszelf zo uiterst hulpeloos en onwaardig gevoelen, zijn wij maar al te geneigd te vrezen dat de Heere ons daarom verwerpt, terwijl zulke armoede van geest werkelijk het beste kenmerk is dat wij mogen delen in Zijn beloften en Zijn zorg.

Wat heb ik dikwijls verlangd een middel te mogen zijn om u in de vrede en de hoop van het Evangelie te mogen bevestigen! Ik heb maar één weg om te trachten daartoe te komen: door u steeds weer te spreken over de macht en de genade van Jezus. Er ontbreekt u niets om u gelukkig te maken, dan de ogen van uw verstand nog meer te vestigen op de Verlosser en meer verlicht te worden door de Heilige Geest, om Zijn heerlijkheid te aanschouwen. O, Hij is zo’n gepaste Zaligmaker! Hij heeft de kracht, de autoriteit en het medelijden om volkomen zalig te maken. Hij heeft het Woord der belofte gegeven om ons geloof daarop te vestigen; Hij is getrouw en kan de verwachting en het verlangen dat Hij in ons verwekt heeft, vervullen. Stel uw vertrouwen op Hem; geloof met volharding, niettegenstaande alle tegenwerpingen van binnenuit en van buitenaf, want hiervoor wordt Abraham ons als een voorbeeld aangeprezen. Hij zag over alle moeilijkheden heen. Hij geloofde en hoopte zelfs tégen hoop, in een geval dat naar het scheen hopeloos was, omdat hij wist dat Hij Die het beloofd had, het kon vervullen. (…) De Heere heeft een soeverein recht om met ons te doen wat Hem behaagt, en als wij bedenken wie en wat wij zijn, zullen wij zeker belijden dat wij geen reden hebben om te klagen.

Voor degenen die hem zoeken, wordt Zijn soevereiniteit beoefend in de weg der genade. Alle dingen zullen medewerken ten goede. Alles wat Hij zendt, is nodig; niets is nodig, wat Hij ons onthoudt. Wees tevreden het kruis te dragen. Anderen die u voorgegaan zijn, hebben het ook gedragen. Gij hebt lijdzaamheid van node en als u daarom vraagt, wil de Heere dat geven, maar er kan geen bestendige vrede zijn voordat onze wil enigermate onderworpen is. Verberg u onder de schaduw van Zijn vleugel; vertrouw op Zijn zorg en macht. Zie op Hem als op een Heelmeester Die uit genade voornemens is uw ziel te genezen van de ergste ziekte die er is: de zonde! Geef u over aan Zijn behandelingen; strijd tegen iedere gedachte die het als gewenst voorstelt om voor uzelf te mogen kiezen. Als u uw weg niet kunt bezien, wees dan tevreden dat Hij u leidt! Als uw geest in u overstelpt is, kent Hij uw pad! Hij zal u niet laten zinken. Hij heeft tijden van verkwikking bepaald en u zult gewaar worden dat Hij u niet vergeet. Houd u bovenal dicht bij de troon der genade. Als het schijnt dat wij geen goed ontvangen als wij tot Hem trachten te naderen, kunnen wij er zeker van zijn dat wij niets verkrijgen als wij van Hem vandaan blijven.Ik ben oprecht, enz.
Londen, 19 Augustus 1775