Brieven aan mevrouw -: Vijfde brief

Jon Newton Brieven

 

DEAR MADAM!

Ik heb dikwijls voor anderen gepredikt over de weldaden der verdrukking; maar mijn eigen weg is gedurende vele jaren zo glad geweest, en mijn beproevingen, hoewel ik niet zonder beproevingen ben geweest, betrekkelijk zo licht en gering, dat ik voor mijzelf de indruk had uit het hoofd te spreken over een onderwerp, waarvan ik niet het juiste gevoel had. Toch hebben de vele oefeningen van mijn arme bedroefde volk, en het medeleven dat de Heere mij met hen heeft gegeven in hun moeilijkheden, “de weldaden van de verdrukking” tot een veelvuldig en favoriet onderwerp gemaakt tijdens mijn bediening in hun midden. De voordelen van verdrukkingen, wanneer het de Heere behaagt ze te gebruiken voor het welzijn van Zijn volk, zijn vele en groot. Staat u mij toe er enkele van te noemen; en moge de Heere schenken dat wij allen deze gezegende doeleinden voor onszelf beantwoord mogen vinden, in de beproevingen die Hem behagen ons op te leggen.

Tegenspoed zet ons aan tot gebed. Het is jammer dat het zo moet zijn; maar de ervaring leert ons dat een lange periode van gemak en voorspoed, zonder pijnlijke gebeurtenissen, een ongelukkige neiging heeft om ons kil en formeel te maken in onze omgang met God. Maar moeilijkheden wakkeren onze geest aan, en dwingen ons om de Heere ernstig aan te roepen – wanneer wij de hulp nodig hebben die wij alleen van Zijn almachtige arm kunnen verwachten.

Beproevingen zijn nuttig, en in zekere mate noodzakelijk om ons te overtuigen dat deze wereld en al haar genietingen ijdel en onbevredigend zijn. Zij herinneren ons eraan dat deze wereld niet de plaats is waar wij kunnen rusten, en zij helpen onze gedachten naar boven te richten, waar onze ware schat is en waar ons hart behoort te zijn. Wanneer de dingen naar onze wens gaan, zijn onze harten maar al te geneigd om te zeggen: “Het is goed om hier te zijn!” Het is aannemelijk, dat als Mozes, toen hij Israël naar Kanaän wilde brengen, en hen in voorspoed had aangetroffen, dat zij dan zeer onwillig zouden zijn geweest om uit Egypte te trekken; maar de ellende waarin zij verkeerden, maakte zijn boodschap welkom. Zo zorgt de Heere, dat door pijn, ziekte en teleurstellingen, door het breken van onze waterreservoirs en het verdorren van onze pompoenen, onze gehechtheid aan deze wereld verzwakt, en dat de gedachte haar te verlaten, gemakkelijker en begerenswaardiger wordt.

Een kind van God kan niet anders dan sterk verlangen naar een ruimere en diepere bekendheid met Zijn heilig Woord; en deze bekwaamheid wordt sterk bevorderd door onze beproevingen. Het overgrote deel van de beloften in de Schrift zijn gedaan en geschikt voor een toestand van benauwdheid; en, hoewel wij mogen geloven dat zij waar zijn, kunnen wij hun zoetheid, kracht en geschiktheid niet ten volle beseffen, tenzij wij zelf in een toestand verkeren waarop zij betrekking hebben! De Heere zegt: “Roept Mij aan ten dage der benauwdheid, en Ik zal u verlossen.” Welnu, totdat de dag der benauwdheid komt, is zo’n belofte als een vluchtstad voor een Israëliet, die niemand had gedood en dus niet in gevaar was voor de bloedwreker niet meer dan een aangename wetenschap. Hij had een voorrecht in zijn nabijheid, waarvan hij het gebruik en de waarde niet kende, omdat hij niet in de omstandigheid verkeerde waarvoor het bestemd was. Maar sommigen kunnen zeggen: Ik geloof deze belofte niet alleen op gezag van de spreker, maar ik kan er mijn zegel op zetten! Ik ben in moeilijkheden geweest; ik heb deze weg ter bevrijding gevolgd, en ik werd niet teleurgesteld. De Heere heeft mij waarlijk verhoord en verlost. Zo geven ook beproevingen ons aanleiding om meer te leren kennen en op te merken van de wijsheid, macht en goedheid van de Heere, Die ons ondersteunt en verlost, op een manier die wij anders nooit zouden hebben ervaren.

Ik heb geen tijd om nog een blad te schrijven, dus moet ik het onderwerp samenvatten.

Verdrukkingen bewijzen voor onszelf, en openbaren aan anderen, de realiteit van genade. Wanneer wij als christenen lijden, een zekere mate van geduld en onderwerping oefenen en steun en hulp ontvangen die het Evangelie van ons eist en aan gelovigen belooft – dan worden wij er meer van overtuigd dat wij ons niet hebben ingelaten met slechts opvattingen; en anderen worden er wellicht van overtuigd dat wij geen sluw bedachte fabeltjes navolgen.

Verdrukkingen sterken ons eveneens door de oefening van ons geloof. Zoals onze ledematen en natuurlijke krachten zwak zouden zijn als wij niet tot dagelijkse inspanning werden opgeroepen, zo zou de genade van de Geest verflauwen, als er niet iets was om haar te gebruiken.

Tenslotte zijn verdrukkingen eervol, omdat zij onze gelijkvormigheid aan Jezus, onze Heere, bevorderen, Die een Man van smarten was om onzentwil. Ik denk, dat als wij naar de hemel zouden kunnen gaan zonder te lijden, wij dat niet zouden willen. Waarom zouden wij ooit langs een andere weg naar de hemel willen gaan, dan langs de weg die Jezus door Zijn Eigen voorbeeld heeft aangewezen en geprezen? In het bijzonder omdat het lijden van Zijn volk geen straf is – er rust geen toorn op. De beker die Hij hun in handen geeft is iets heel anders dan de beker die Hij voor hun bestwil dronk, en is slechts een medicijn om hun voornaamste goed te bevorderen. Hier moet ik stoppen; maar het onderwerp is veelzeggend, en zou door een volledige boekdeel kunnen worden voortgezet.

“En u bent de vermaning vergeten waarmee u als kinderen wordt aangesproken: Mijn zoon, acht de bestraffing van de Heere niet gering en bezwijk niet, als u door Hem terechtgewezen wordt. Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen. Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt? Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen. En verder hadden wij onze aardse vaders12:9 aardse vaders – Letterlijk: vaders van ons vlees. als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven? Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid. En elke bestraffing schijnt op het moment zelf wel geen reden tot blijdschap te zijn, maar tot droefheid. Maar later geeft zij hun die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid.” Hebr. 12:5-11.
Ik ben, enz.
December, 1776