Brieven aan mevrouw F: Tweede brief

Jon Newton Brieven

DEAR MADAM!

Onze ervaringen stemmen zeer veel overeen. Zij kunnen vele bladzijden of katernen beslaan, maar het geheel kan in één korte zin worden samengevat: “Ons leven is een strijd”. Tot onze bemoediging noemt de apostel het een goede strijd. Wij zijn verwikkeld in een goede zaak en strijden onder een goede Overste. De overwinning is op voorhand zeker en de prijs is een kroon, de kroon des levens. Zulke overwegingen zouden een lafaard zelfs moedig kunnen maken, maar dan moeten wij er wel tevreden mee zijn dat wij behoren te strijden. Als wij bedenken wat de natuur, het aantal, de positie en de sluwheid van onze vijanden is, kunnen wij wel verwachten dat wij soms een wond oplopen. Er is echter een geneeskrachtige Boom, waarvan de bladeren altijd voorhanden zijn om ons te genezen.

Wij kunnen niet genoeg waakzaam zijn voor het kwaad dat altijd in ons werkt, of voor de listen die tegen ons gebruikt worden. Toch moet onze aandacht niet geheel beperkt zijn tot deze dingen. Wij moeten eveneens omhoog zien op Hem, Die ons Hoofd, ons Leven, onze Sterkte is. Eén blik van Jezus zal ons meer krachtige ondersteuning verlenen dan een maand lang in ons eigen hart te staren. Het ene moeten we wel doen, maar het andere moet onder geen enkele voorwaarde nagelaten worden. Het kwam niet door het tellen van hun wonden, maar door het zien op de koperen slang, het door de HEERE aangewezen geneesmiddel, dat de Israëlieten genezen werden. Dat was een zinnebeeld tot lering voor ons. Een voorname reden van onze steeds terugkerende strijd is, dat wij een verborgen begeerte hebben om rijk te worden en het is Gods bedoeling om ons arm te maken. Wij willen bekwaamheid krijgen om iets te kunnen doen en Hij beschikt Zijn voorzienigheid zó, om ons ervan te overtuigen dat wij niets vermogen. Wij willen een voorraad in onszelf hebben en Hij wil dat wij absoluut afhankelijk van Hem zijn..

Zover wij het er mee eens zijn dat wij zwak zijn, en dat Zijn kracht in ons verheerlijkt moge worden, zover zullen wij onze vijanden laten weten dat wij sterk zijn, al zullen wij niet direct ons bewust zijn dat dit zo is. Slechts vergeleken met wie en wat wij zijn in de tegenstand die wij ontmoeten, kunnen wij tot het troostvol besluit komen dat de Heere krachtig in ons werkt (Psalm 41:12). Als ons oog eenvoudig is en onze begeerten gaan uit naar de Heere, kan het nuttig zijn sommige van onze gebreken (en ik de mijne) te overdenken. Niet de gebreken van uw en mijn persoon op zich, maar de gebreken van die verdorven natuur die wij met al Gods volk gemeen hebben en die Paulus even gevoelig en hartelijk deden zuchten als wij. Maar hoewel deze beschouwing waar is, en schriftuurlijk, kan die alleen met goed gevolg worden toegepast als ons hart oprecht en met ernst toegewijd is aan de Heere. Er zijn maar al te veel ongezonde en halfhartige belijders die dit gretig aangrijpen als een excuus voor die zonden waarvan zij niet gaarne afstand doen, maar ik vertrouw dat ik dit gerust aan u kan aanbevelen.

Deze verdorven natuur, deze inwonende zonde, is een levend beginsel, een werkzaam, krachtig proces; en een proces dat werkzaam is, zal noodzakelijkerwijs een gevolg hebben. De zonde is in gelovigen hetzelfde als in ongelovigen. Gelovigen hebben weliswaar een tegengesteld beginsel van genade, dat de zonde tegenstaat, de uitbreking ervan kan voorkomen, maar de opwellingen daarvan niet kan onderdrukken. Zoals de genade de zonde tegenstaat, zo staat de zonde de genade tegen (Gal. 5:17).

De strekking van beide is in feite dat ze elkaar verzwakken en tusen die beide lijkt de arme gelovige, al is hij in de ogen van de mensen onschuldig en voorbeeldig, in zijn eigen ogen de meest tegenstrijdige figuur onder de zon. Hij kan nauwelijks geloven dat dit bij anderen ook zo is en te oordelen naar wat hij bij anderen ziet, en bij zichzelf gevoelt, acht hij, nederig van hart als hij is, anderen beter dan zichzelf. Daaruit blijkt dat hij oprecht is, want dat is Gods wil over hem (Fil. 2:3). Dat is nu de strijd, maar zo zal het niet altijd zijn. De genade zal de overhand verkrijgen. De boze natuur is reeds ontzenuwd en eerlang zal zij de dood sterven. Jezus zal maken dat wij meer dan overwinnaars zijn.
Ik ben, enz.
Maart 1779