Brieven aan – : Eerste brief

Jon Newton Brieven

DEAR -,

Ik kan naar waarheid zeggen dat ik u in mijn hart en in mijn gebeden meedraag. Ik ben verblijd geweest dat ik het begin van een goed werk der genade in u heb waargenomen en ik vertrouw dat de Heere Jezus dat zal voortzetten en voleindigen, zodat u gevonden zult worden onder het getal van degenen die tot in eeuwigheid het lied van de verlossende liefde zullen zingen. Vrees daarom geen van de dingen die u opgelegd zullen worden om te lijden op uw weg, maar schort op de lendenen uws verstands en hoop tot het einde. Wees niet ongeduldig, maar wacht nederig op de Heere. U hebt één moeilijke les te leren, en dat is de boosheid van uw eigen hart; u weet er wel wat van, maar het is nodig dat u er meer van leert, want hoe meer wij van onszelf leren, hoe meer wij Jezus en Zijn zaligheid zullen hoogachten en liefhebben. Ik hoop dat hetgeen u dagelijks in uzelf ondervindt u zal vernederen, maar u niet zal ontmoedigen.

Vernederen moet het u, en ik geloof dat dit zo is. Bent u soms niet verwonderd, dat u nog een hoop hebt, arm en nooddruftig als u bent, dat de Heere aan u denkt? Maar laat niet alles wat u voelt u ontmoedigen, want aangezien onze Heelmeester almachtig is, kan onze ziekte niet hopeloos zijn. Daar Hij niemand uitwerpt die tot Hem komt, waarom zou u dan vrezen? Onze zonden zijn vele, maar Zijn barmhartigheden zijn groter. Onze zonden zijn groot, maar Zijn gerechtigheid is groter. Wij zijn zwak, maar Hij is machtig. De meeste van onze klachten zijn te wijten aan het ongeloof en de rest aan een wettische geest. Deze ondeugden zijn niet in één dag weg. Wacht op de Heere en Hij zal u meer en meer de macht en de genade van onze Hogepriester doen zien. Hoe meer u Hem leert kennen, hoe beter u Hem zult vertrouwen.

Hoe meer u Hem zult vertrouwen, hoe meer u Hem zult liefhebben. Hoe meer u Hem liefhebt, hoe beter u Hem zult dienen. Dit is Gods weg: u bent niet geroepen om te kopen, maar om te bedelen; niet om sterk in uzelf te zijn, maar in de genade die in Christus Jezus is. Hij is bezig u deze dingen te leren en ik vertrouw dat Hij u tot het einde leren zal. Bedenk dat de groei van een gelovige niet zo is als die van een paddestoel, maar als die van een eik, die weliswaar langzaam groeit, maar zeker. Veel zon, regenbuien en vorst gaan daar overheen, vóór hij volgroeid is. En ’s winters, als hij dood schijnt te zijn, vergadert hij kracht in de wortel. Wees nederig, waakzaam en ijverig in de middelen. Tracht door die alle heen te zien; vestig uw oog op Jezus en alles zal wel gaan.
Ik beveel u aan de zorg van de Goede Herder, en blijve, om Zijnen wil, enz.
18 Maart 1767