Brieven aan een edelman: Negende brief

Jon Newton Brieven

MY LORD!

Onlangs besteedde ik een paar van mijn vrije uren, (die, wanneer ik niet onpasselijk ben heel zeldzaam zijn) aan het lezen van de biografie van de Hertog van Sully, die mij toevallig in handen kwamen. Deze lectuur verschafte mij stof tot verschillende overdenkingen. Ik beklaag de Hertog van Sully, van wie de betekenis van de naam Protestant weinig meer schijnt geweest te zijn dan een eretitel. Hij zocht zijn hulp alleen bij zichzelf. En het lijkt er op dat zijn voornaamste doelwit heeft bestaan in het trouw zijn aan een aardse meester. Hij handelde als men zou kunnen verwachten van iemand die alleen door natuurlijke grondbeginselen gedreven wordt. De Heere, die hem gebruikte als een werktuig in de hand van Zijn Voorzienigheid, vergold zijn trouw met voorspoed, eer, en rijkdom. Een vergelding, die, hoewel gering in zichzelf, gepast is naar de begeerten van mensen die hun geluk in aardse dingen zoeken. In zoverre is het een beloning van hun diensten. Het is uw Lordschap gegeven om uit edelere beginselen en met uitgestrekter oogmerken te handelen. U dient een Meester van Wiens gunst, bescherming, en bijstand u niet beroofd kunt worden. Die de kleinste diensten die u voor Hem probeert te doen niet zal ontgaan, noch misduiden. Die geen gehoor zal geven aan ongunstige verdachtmakingen tegen u. Die altijd nabij is om u te troosten, te onderwijzen, en te sterken; en Die u zulk een eer en zulke zegeningen bereidt, als Hij alleen kan schenken. Een erfenis die geheel tegengesteld is van alle aardse goederen. Ook worden wij aangemoedigd en ondersteund en bijgestaan door de gebeden van duizenden zielen. Mogen we dan niet op goede gronden hopen dat uw Lordschap een werktuig zal zijn van veel goeds, en dat Kerk en Staat, door uw voorbeeld, uw raad en uw zorg veel voordelen zullen verkrijgen?

In een ander gezichtspunt levert de geschiedenis van de Hertog van Sully een voorbeeld op van de taal die de Dichter opschreef: Ja, ieder mens is niet meer dan een zucht, hoe vast hij ook staat (Ps. 39:6). Wanneer je hem van de ene kant bekijkt; dan schijnt hij alles bezeten te hebben wat zijn hart ooit kon begeren. Hij verkreeg de gunst en het vertrouwen van zijn Vorst. Maar het waren niets anders dan opgehoopte schatten. Hij verkreeg veel eer en aanzien. Hij had veel macht door het ambt van zijn bediening waarmee hij invloed had op de Koning, waardoor hij bijna alles kon doen wat hij wilde. Maar nochtans had hij zoveel te lijden door de bezigheden en moeilijkheden van zijn ambt en de boosheid van zijn vijanden. Temidden van al die grootheid is hij veeleer te beklagen dan te benijden. En hoe plotseling werden al zijn ontwerpen verijdeld door de dood van de Koning! Plotseling verloor hij zijn vriend, zijn beschermer, en met hem al zijn invloed. Het overige van zijn dagen werd bitter gemaakt door velerlei verdrietige omstandigheden. Het is waar, hij leefde naderhand in grote pracht en praal. Maar na meer dan tachtig jaar doorgeworsteld te hebben, stierf hij uiteindelijk van verdriet door huiselijke onlusten. Is dit nu alles wat de wereld aan hen, die men hier beneden zo benijd kan geven? Helaas!

Hij die beneden de wolken bouwt, bouwt te laag.

Wat een beeld van onbestendigheid ziet men in de menselijke zaken van zijn meester, Koning Hendrik! Bewonderd, bemind, gevreesd; vol van grote voornemens – dwaselijk inbeeldende dat hij geboren was om de scheidsman van Europa te zijn. Maar in één geducht ogenblik, temidden van zijn vrienden werd hij plotseling tijdens het hoogtepunt van zijn grootheid neergeworpen en weggenomen in de onzichtbare en de onveranderlijke wereld! Op dat tijdstip vergingen al zijn dromen.

Het is niet te beseffen hoe vreselijk zulk een overgang is! Hoe opmerkelijk waren zijn eigen voorspellingen van het naderend uur! O Heere! Hoe stort Gij Uw verachting uit over prinsen, en leert ons dat de aanzienlijke en de geringe net zo goed in Uw hand en onder Uw beschikking staan als het leem in de hand van de pottenbakker! Ongelukkige Koning! Terwijl hij gehoorzaamheid verwachtte aan zijn bevelen, werden zijn bevelen door God veracht. De mensen mogen zijn gedachtenis vereren om zijn oprechtheid, goedwilligheid, en andere beminnelijke eigenschappen. Maar, behalve dat hij zijn plezier vond in kringen van zinnelijke vermaken – wanneer de bezigheden van de Staat niet in het geding kwamen – was zijn leven bezoedeld door overspel! Maar gezegend zijn de uren die hij in afzondering doorbracht toen het voorgevoel van zijn dood hem zwaar op zijn ziel drukte. De Heere kneedde zijn hart en verootmoedigde hem en gaf hem de bekering ten leven! Ik zou willen dat de geschiedenis daar enig verslag van leverde.

Hoe het ook zij; wij zien in zijn dood een aandoenlijk bewijs, dat geen menselijke waardigheid of macht de hand van de Allerhoogste kan afkeren, Die door zulke plotselinge en onverwachte bestellingen Zich menigmaal ontzaggelijk betoont aan de vorsten en groten der aarde. O! Dat zij er Zijn hand in mogen opmerken en verstandig acht gaven op Zijn daden!

Maar zalig is hij die de Heere vreest en lust heeft in Zijn geboden. Die gedurig God voor ogen stelt, en handelt onder de krachtdadige invloed van de verlossende Liefde! Hij is de ware vriend en de beste verdediger van zijn vaderland, die, niet de kundigheid van menselijke wijsheid en roem navolgt, maar de lessen en het voorbeeld van de gezegende Jezus tot het model en de drijfveer van zijn leven stelt. Hij probeert, wanneer de gelegenheid voorkomt, de grote waarheden van de Godsdienst door godzalige gesprekken in te scherpen en ze in de praktijk tot uiting te brengen. Maar het beste deel van zijn leven is God en alleen hemzelf bekend. Zijn tijd is verdeeld tussen het dienen van zijn land in het openbaar, en het worstelen voor hetzelve in het verborgen. Zijn arbeid en zijn gebeden zullen ook niet tevergeefs zijn, want hij zal de begeerte van zijn hart verkrijgen, en de godsdienst en vrijheid, die hij zo hoog waardeert tot het nageslacht overgebracht zien worden. Of, als hij het beleven moet dat Gods gramschap wordt uitgestort zodat er geen genezen aan is, zal Gods belofte en Voorzienigheid hem verzegelen als een bijzonder voorwerp van de zorg der Engelen temidden van openbare rampen. En wanneer alle dingen in verwarring gedompeld worden, wanneer de harten van de goddelozen zullen beven als bladeren van een boom; dan zal hij op de Heere vertrouwen en volmaakte rust en vrede genieten.
enz.
December, 1772.