Brieven aan de eerw. heer Ds. R: Derde brief

Jon Newton Brieven

DEAR SIR!

Er is een gevaar van te rusten op indrukken. Teksten uit de Heilige Schrift, die met kracht op het hart gebracht worden, zijn begeerlijk en aangenaam, als de uitwerking daarvan is dat zij ons vernederen, ons meer gevoelige bewustheid geven van de dierbaarheid van Christus, of van de leer der genade. Als zij ons de zonde meer doen haten, de eerbied voor de middelen verlevendigen, of ons geloof in de macht en de getrouwheid van God vermeerderen. Als zij echter de weg van onze plicht in bijzondere omstandigheden moeten bekendmaken, of ons moeten bevestigen in voornemens die wij misschien al genomen hebben en die anders niet duidelijk bevestigd worden door het Woord in zijn algemeenheid of door de leiding van de voorzienigheid, verstrikken zij ons meestal en moeten ze altijd verdacht worden. Ook hebben zij in dit opzicht niet meer gezag als zij tijdens het gebed in onze gedachten komen. Als onze aandacht sterk gericht is op enig onderwerp, is onze verbeeldingskracht dikwijls waakzaam om alles aan te grijpen wat het liefste dat men najaagt maar schijnt te steunen. Het komt maar al te veel voor dat men de Heere om raad vraagt, terwijl men stilletjes voor zichzelf al beslist heeft. In een dergelijk geval kunnen wij gemakkelijk bedrogen worden door de klank van een tekst uit de Bijbel, die los van het verband waarin hij staat, opmerkelijk overeen schijnt te komen met wat wij wensen. Velen zijn op deze manier bedrogen en soms heeft dit, als de uitkomst heeft getoond dat men zich vergist heeft, een deur geopend voor grote nood en heeft de satan hierin gelegenheid gevonden zulke mensen te doen twijfelen, zelfs aan de meest tastbare ondervindingen.
Wij groeten u, en de uwen – Bid voor ons – Ik ben waarlijk, enz.
22 Februari 1774