8 Januari “Bijbels Dagboek”

Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen. Psalm 27:10

Een beknopte samenvatting van [Newtons] tweeëntachtig jaar: Hij werd geboren in 1725, als zoon van een vader die op zee voer. John’s moeder, een toegewijde Dissenter, verzorgde haar enige zoon liefdevol en deedt dat zowel voor zijn tijdelijke als voor zijn eeuwige welzijn. Tot zijn grote verdriet stierf ze toen hij zeven was. Maar wie twijfelt eraan dat zij door haar gebeden de werkelijke Monica voor deze Augustinus was?1 Newton was op school niet gelukkig, en ontwikkelde een duister, opstandig temperament. Hij werd onder barre omstandigheden naar zee gestuurd en maakte de ene reis na de andere. Het toenmalige scepticisme kreeg hem al vroeg in zijn greep en zijn persoonlijke en levenslange getuigenis tegen zichzelf was dat hij, hoewel hij nooit wellustig was, in snel tempo schaamteloos godslasterlijk en goddeloos werd. Een merkwaardige gebeurtenis in zijn leven was zijn dienst bij een West-Afrikaanse slavenhandelaar, en het feit dat hij daarbij, door zijn eigen roekeloosheid, de slaaf werd van een plantagehouder en diens zwarte minnares, op een eiland voor de kust van Sierra Leone.2 3

Almachtige God, Hemelse Vader, ik bid vandaag voor alle kinderen, tieners en jong volwassenen die wanhopig op zoek zijn naar goede voorbeeldfiguren bij het vormgeven van hun toekomst; volwassenen wiens goede voorbeeld zij kunnen nastreven en navolgen. Houd uw hand op hen, Heere, overeenkomstig de Bijbeltekst van vandaag. Help mij om in mijn eigen omgeving vriendelijk en zorgzaam te zijn en steun te bieden aan hen die thuis liefde en bescherming moeten missen.


  1. St. Monnica (ca. 331/2-387), of Monnica van Hippo, of Monnica Augustinus, de vrome, biddende moeder van Augustinus van Hippo (354-430), welke een vroegchristelijk filosoof en schrijver was. Hij schreef de grote werken “Belijdenissen” en “De stad Gods”. Hij was de bisschop van Hippo Regius in Noord-Afrika.
  2. Uit: John Newton: Zeeman, prediker, pastoor en dichter.
  3. Op een bijzonder afschuwelijke tijd in zijn leven werd Newton op zee min of meer overgelaten aan de wrede grillen van een slavenhandelaar en zijn minnares, die John Newton niet onder haar hoede namen, zoals te verwachten was, maar hem op een afschuwelijke manier behandelden. Nadat hij van de Royal Navy was overgeplaatst naar een koopvaardijschip, de Pegasus, kon Newton niet opschieten met de bemanning en deze liet hem in West-Afrika achter bij Amos Clowe (of Clow), die een huwelijksregeling had met een Afrikaanse vrouw, Prinses Peye van het Sherbro-volk van Sierra Leone. Newton werd door beiden op een afschuwelijke manier behandeld en werd in feite een slaaf, die zich verborg wanneer blanke slavenhandelaren zijn schip naderden, beschaamd over zijn benarde toestand en zijn uiterlijk.